‘Pontsteiger wordt gebouwd met een warme goudkleurige baksteen; norse gebouwen zijn er al genoeg langs het IJ’
‘Pontsteiger wordt een stoer havengebouw, maar tegelijkertijd ook een echt woongebouw. Voorop staat dat toekomstige bewoners er prettig en comfortabel kunnen leven. Daar stemmen we onze beslissingen op af, ook als het gaat om de materialisering. Uiteraard zijn er meer factoren die een rol spelen. Zo vragen de open locatie in het IJ en de hoogte van het gebouw om sterke materialen die weinig onderhoud nodig hebben. We kiezen daarom voor duurzame materialen die zich in de loop der jaren hebben bewezen: hout, baksteen, staal en glas. Hout wordt onder meer gebruikt voor de buitenruimtes, de steigers en ook het plafond op zeven meter hoogte. Staal is zichtbaar in de kolommen waar het gebouw op rust. De spanten geven het gebouw een industriële uitstraling die past bij het gebied. De woningen hebben grote ramen, van vloer tot plafond, hierdoor is in de gevel ook veel glas te zien. Glas gebruiken we ook voor de balkonhekken die op stevige hardhouten leuningen worden bevestigd.’
‘De basis van de gevelvlakken wordt gevormd door een raster van gouden bakstenen dat in twee richtingen is geweven. Goud is een warme kleur. De glans van de steen zorgt bovendien voor een mooie spiegeling van het water en het zonlicht. De gouden baksteen is het resultaat van een experiment: we hebben verschillende kleuren uitgeprobeerd en deze beviel ons het best. Wit doet het gebouw bijvoorbeeld groter lijken en maakt het kil en fel. Zwart maakt het juist zwaar en nors. Norse gebouwen in donker baksteen zijn er wel genoeg langs het IJ. Goud oogt warm en tegelijkertijd fris, en de kleur nuanceert de zware vorm.’
‘Pontsteiger is door z’n opvallende vorm interessant van veraf, maar we vinden het belangrijk dat er ook van dichterbij iets te beleven is. Wat zie je als je vlak voor het gebouw staat? Of eronderdoor loopt of langs vaart? In deze fase van het ontwerptraject onderzoeken we hoe de grote schaal van het gebouw zich verhoudt tot de kleine schaal van losse elementen als kozijnen, hekwerken en dergelijke. We willen dat het gebouw ook in dit soort details verrast.
Op dit moment wordt door ons bureau nog volop gewerkt aan het ontwerp. Zo onderzoeken we nu hoe het gebouw er op de begane grond precies uit gaat zien. Waar de entreehallen komen bijvoorbeeld en welke materialen daarin worden gebruikt. Op ons bureau hebben we een grote maquette van 1 op 100 die op een tafel op wielen staat, zodat we het complex van alle kanten kunnen bekijken. Nieuwe ideeën voor het gebouw kunnen we hierop beoordelen. Soms zit het halve bureau op z’n knieën voor de maquette om ‘op ooghoogte’ te zien hoe een nieuw idee werkt. Het geeft een goed beeld van hoe het er straks uit gaat zien aan de steiger.’